De boerenwormkruidbladrandluis

De bescheiden boerenwormkruidbladrandluis

Coloradoa tanacetina
Nummer 4 in 2026 met 15% van de stemmen
Foto: Jochem Kühnen

Boerenwormkruid heeft bladeren die gekarteld zijn en tussen die karteltjes leeft een bladluisje dat kleiner is dan 2 mm. Daar zuigt ze sap uit de zijkant van het blad. Vaak leven bladluizen in kolonies en vallen daardoor gemakkelijk op, maar deze soort leeft in haar eentje en is met haar groene kleur heel goed verstopt. Ook anders dan bij de meeste bladluizen is dat ze niet veel honingdauw, oftewel suikerpoep, afscheidt. Dat is jammer voor andere insecten zoals hommels, vlinders en mieren, die graag honingdauw drinken, maar fijn voor mensen die niet zo van plakkerige planten houden. 

Meestal krijgt de boerenwormkruidbladrandluis een jonkie – een nimf – zonder dat ze daarvoor hoeft te paren. Ze kloont zichzelf dus. Die nimf kruipt niet uit een ei zoals de meeste insecten, maar wordt levend gebaard. En om het nog gekker te maken: zij is dan zelf al zwanger van haar eerste dochter!

Na een aantal generaties ongeslachtelijke voortplanting, ontstaan er ineens exemplaren die wel willen paren en eieren leggen. Soms hebben die vleugels. Soms niet. Om te paren zijn mannen nodig, dus die worden dan ook gemaakt. Dat zijn kleine, gevleugelde, oranjegele bladluisjes. Na de paring worden eieren gelegd die overwinteren. De bladluizen die daar het volgend voorjaar uitkomen, kruipen tussen verse bladkartels, zuigen een sapje en baren weer klonen.