
De hertenluisvlieg
Maarten van Rossem
Ik ben Maarten en ik ben in 1943 geboren in Zeist. Mijn vader was entomoloog; hij hield zich vooral bezig met de sluipwesp en de schilderkunst. Hoewel ik officieel met pensioen ben als emeritus hoogleraar, heb ik het drukker dan ooit. U kent mij waarschijnlijk als jurylid van De Slimste Mens of van mijn omzwervingen met mijn broer Vincent en mijn zus Sis in Hier zijn de Van Rossems.
Mijn analyses deel ik niet alleen op televisie, maar ook in mijn eigen tijdschrift Maarten! en in diverse podcasts. Zo won ik onlangs nog een prijs met de Dinocast, een serie over dinosauriërs. Mijn passie voor de natuur en museale collecties leidde onlangs tot een bijzonder eerbetoon: Naturalis (Rob de Vos) vernoemde een zwarte nachtvlinder uit Nieuw-Guinea naar mij, de Lambula vanrossemi. Dat er in een verre jungle een insect met mijn naam rondvliegt, vind ik eerlijk gezegd een uiterst treffende gedachte.
De vasthoudende hertenluisvlieg

Hertenluisvliegen zijn rare, platte insecten. Je zou ze bijna niet herkennen als vlieg, zeker omdat ze meestal geen vleugels meer hebben. Die werpen ze namelijk af zodra ze op een gastheer terecht zijn gekomen: reeën en edelherten, waar ze in de dichte vacht leven. Met hun spitse snuit steken ze door de huid en zuigen het bloed van het hert. In dat doolhof van haren moet een partner gevonden worden om te paren. Een vrouwelijke hertenluisvlieg legt daarna geen eieren, maar draagt haar larve – eentje tegelijk – in een soort baarmoeder. Echt wel een unieke strategie in het insectenrijk. Waar de meeste insecten gaan voor veel eitjes per keer, doet de hertenluisvlieg het een voor een, waardoor er hooguit één à twee dozijn larven geboren worden tijdens haar leven.
De hertenluisvliegmoeder voedt het jong dat ze draagt door middel van wat je een inwendige “melktepel” zou kunnen noemen. Pas als de larve volgroeid is, wordt hij gebaard, waarop hij onmiddellijk verpopt. De vlieg die uit de pop komt is nog gevleugeld en gaat op zoek naar een gastheer.
Als er geen hert in de buurt is, dan willen hertenluisvliegen nog weleens op een mens landen. Ze kunnen zich heel dicht op de huid drukken, houden zich stevig vast met hun klauwtjes en zijn dan moeilijk te verwijderen. Een enkele keer werpen ze hun vleugels af op een mens en kunnen dan zelfs een ‘vergisprikje’ doen.
