De sneeuwspringer

De koele sneeuwspringer

Boreus hyemalis
Nummer 5 in 2025 met 9% van de stemmen
Foto: Johannes Buitenwerf

Sneeuwspringers zijn metallic groen gekleurd, hebben een soort eendenkop en gereduceerde vleugels. In het voorjaar en de zomer leven ze als larve en later pop onder de grond, ze wachten met ontpoppen tot het koud wordt. Dan komen ze echt in actie. De sneeuwspringers hupsen rond tussen mospakketten in bossen, aan de rand van zandverstuivingen en op heidevelden. Je kunt ze vinden op de donkere dagen rond kerst, wanneer je bijna geen andere insecten tegenkomt. Je moet dan wel goed kijken, want ze zijn maar een halve centimeter groot. Doordat ze een soort antivries in hun lichaam hebben, kunnen ze actief blijven bij lage temperaturen. Dit is de tijd waarin ze zich voortplanten en dat doen ze op een bijzondere manier. De vrouw zit bovenop. Haar poten zitten min of meer vastgeklemd onder de vleugels van de man, die omgevormd zijn tot een soort boogvormige haken. Een paring kunnen ze een paar dagen lang volhouden.

De vorm van de kop verraadt dat ze behoren tot de schorpioenvliegen. Schorpioenvliegen blijken nauw verwant te zijn aan vlooien, vandaar dat de andere naam, sneeuwvlooien, eigenlijk ook heel toepasselijk is.